hardlopert.punt.nl
Abonneren
Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!
Welkom bij Hardlopert
 
 

Ik ben Kees a.k.a. Hardlopert. Op deze weblog houd ik mijn belevenissen, vorderingen en aankomende wedstrijden bij.
 
 
 
Ik train bij:
 
Follow me on:
 
Mijn Garmin-data:
 
Mijn loopfoto's:
 
        DG54V06-706865
 
Mijn netto PR"s:
  • 42,2 km - 3:22:36 - 2013
  • 30 km - 2:35:31 - 2011
  • 21,1 km - 1:29:33 - 2013
  • 10 EM - 1:07:57 - 2013
  • 15 km - 1:13:49 - 2009
  • 10 km - 0:40:25 - 2012
  • 05 km - 0:20:43 - 2011

Laatste artikelen

Voorlopig programma: 

Lees meer...

Drie maanden lang duurde de specifieke voorbereiding voor de Marathon Rotterdam. De voorbereiding was zwaar. Niet alleen had trainer Piet pittige trainingen bedacht; alle lange duurlopen in marathontempo of sneller, maar het was vooral ook koud. De meeste trainingen werden zo rond het vriespunt afgewerkt, waarbij de stevige wind voor Syberische gevoelstemperaturen zorgde.

Maar alles wees erop dat klaar was om in Rotterdam onder de 3:15 uur te lopen: de 35 km precies op marathon tempo, de 30 km in 2:15 uur en de yasso's een stuk sneller dan noodzakelijk; ik was fit.

Er is maar één ding waar ik geen invloed op had en dat was het weer. En in hun ondoorgrondelijke wegen besloten de weergoden dat zondag 14 april 2013 wel een goede dag was om het 22° C te laten worden.

In het startvak valt de temperatuur nog reuze mee. Het had 's ochtends nog geregend en was nu nog zwaar bewolkt. Ik had allang besloten gewoon een poging te gaan wagen. Fuck it, ik heb er keihard voor getraind, het wordt vandaag de dood of de gladiolen! "You never walk alone", pang, en we zijn onderweg. Het is even zoeken naar het tempo maar dat wordt na 4 km gevonden.

In het startvak stond ik voor de 3:15 uur pacer en ben stomverbassd als hij (en zo'n 40 volgelingen) mij na 13 km passeren. Ik had net een 4:31 min/km genoteerd, waar volgens schema 4:37 min/km nodig was. Volgzaam als ik ben besloot ik er maar achteraan te gaan. Kilometer 14 ging in 4:30, km 15 in 4:31. Ik zag een mooie grote boom, en de pacer die in rap tempo zijn volgers aan het verliezen was, raaktte mij ook kwijt: plaspauze.

De volgende kilometers probeerde ik toch langzaam weer dichter bij de pacer te komen. Maar ondanks dat ik in drie kilometer tijd 50 secondes op het schema won, kwam ik maar langzaam dichterbij. De zon was inmiddels doorgekomen, het werd warm. De natte straten in combinatie met de zon zorgden er samen voor dat het benauwd werd. De strijd tegen de elementen ging beginnen.

Ik bleef goed op schema lopen, maar de hartslag ging omhoog. Benen voelden ook al te vroeg te vermoeid. Ergens hier heb ik het volgende bedacht: ik blijf zo lang mogelijk het juiste tempo aanhouden. Als dit niet meer lukt ga ik 10 sec./km langzamer en loop in dat tempo uit. In als zijn simpelheid klinkt dit logisch, zeker na een kilometer of 22 lopen. Maar zo werkt het in de marathon niet.

    

Iedere drankpost betekende inmiddels al: één beker water helemaal over het hoofd, één beker water half over hoofd/half opdrinken en een beker sportdrank opdrinken. De temperatuur was nu de grootste vijand. Bij 32 kilometer krijg ik van collega Mark een flesje water, ook deze gaat half over het hoofd en half de slokdarm in. Ik loop nu nog op schema, nog even.

Vlak voor de 34 kilometer schiet de kramp bijna in mijn kuiten. Strekken, weer lopen, nog een keer strekken, masseren en weer lopen. Ik kan verder, maar het tempo is eruit. Ik loop langzaam genoeg om net geen kramp te krijgen. Na kilometer 36 (in 6:40 min) kan ik langzaam weer steeds wat sneller: 5:49, 5:19, 5:12, 4:58. Intussen heb ik al meerdere lopers langs de kant van de weg zien liggen. Ook haal ik met mijn bejaardentempo nog een aantal wandelende deelnemers in.

Vreemd genoeg kunnen mijn kuiten het wel aan om in de laatste 500 meter nog een eindsprintje te maken. Dat oogt tenminste nog een beetje op de Coolsingel.

Dan de eindtijd: 3:23:43 uur bruto, 3:22:36 uur netto. Een netto PR met exact 30 seconden. Gezien de omstandigheden een mooie tijd, maar ik kwam voor een sub 3:15 uur. Ik weet het, maar ik baal. Nu twee dagen later heb ik er vrede mee. 

Nu twee dagen later heb ik er vrede mee, zou de laatste zin moeten zijn. Maar nu twee dagen later is er veel veranderd. Zondagavond had ik de titel voor deze blog bedacht: Slachtveld Rotterdam overleefd. Maar sinds gisteren is dat helaas opeens heel ongepast geworden.

Vooraf

De City-Pier-City kwam net als vorig jaar in het zwaarste gedeelte van de voorbereiding op de Rotterdam Marathon. Maar dit jaar heb ik, in tegenstelling op vorig jaar, de laatste week wel als wedstrijdvoorbereiding gebruikt. 

's Ochtends even buiten gaan staan en besloten helemaal in het kort te gaan, ondanks dat het maar een paar graden boven nul was. In Den Haag aangekomen  merkte ik dat de wind de gevoelstemperatuur nog wat verder omlaag gooide. Misschien toch verkeerde kledingkeuze gemaakt. Maar ja, ik had maar één setje in mijn tas, de keuze was gemaakt.

 

De start

Bibberend stond ik met de Sjonnies en teamgenoot Robin in startvak B. Zij gingen in een treintje voor 1:35 uur, mijn doel was een sub 1:30 uur. Tempo's tussen de 4:15 min/km en 4:18 min/km zou goed zijn voor een tijd tussen de 1:29 uur en 1:30 uur. Duidelijk dus.

*Pang* startschot.

 

De eerste kilometers

Ik was gelijk weg en liep al snel tussen de lopers van startvak A. De eerste km ging in 4:18 min., dat was niet slecht gezien de drukte. De tweede ging in  4:15 min. en de derde in 4;03 min. Dat was overdreven vond ik. Ik besloot te proberen om zoveel mogelijk precies rond de 4:15 min. te lopen. De meeste kilometers gingen net eronder.

Het tweede deel

Het tweede gedeelte begint ongeveer bij 13 km. Van daar ga je echt richting kust en begon vandaag de wind een rol te spelen. De tempo's kwamen daardoor net iets boven de 4:15 min.

Bij 15 km zijn we op de boulevard; hier gaat het omhoog, hebben we de wind vol tegen en begint het zelfs een beetje te sneeuwen. De zwaarste twee kilometers van de CPC, waar ik ook tijd verlies op het schema.

  

Naar beneden

Vanaf het 17 kilometer punt is het alleen nog maar naar beneden. Ik ga terug naar het schema van 4:15 min/km. Ik heb allang besloten dat ik 1:28:59 uur wil lopen, maar omdat ik inmiddels de tijd niet meer op de seconde kan zien weet ik niet helemaal mijn precieze tijd. Wel ga ik langzaam steeds sneller.

 

Het laatste stuk

Ik haal alleen nog maar mensen in. 4:13 min gaf Garmin aan op kilometer 19. Hijgende en puffende lopers naast me. Een toeschouwer maakt een grapje, ik roep iets terug. "Hey, als je nog zo makkelijk kan praten dan ga je niet snel genoeg," antwoord hij. Hij heeft gelijk, ik ga versnellen.

Ik zie een bordje 8 km (van de 10 kilometer loop), nog precies twee kilometer denk ik. Ik kijk op mijn garmin, reken uit: (2x 4:15 min.) + 30 sec. = TEVEEL. Ik versnel nog meer. 

Kilometer 20 en 21 gaan in 4:01 min. volgens Garmin. Daarna nog 220 meter in een tempo van 3:34 min/km. Rennend op weg naar de Finish zie ik de brutotijd over de 1:30 uur gaan.  Ik klok zelf netto 1:29:32 uur. Doel gehaald maar ik ga teleurgesteld over de finish.

Achteraf

1:29:33 uur netto (1:30:16 uur bruto) is uiteindelijk mijn officiele tijd. Ik heb hier nog steeds gemengde gevoelens bij. Natuurlijk, eindelijk die lang gewenste sub 1:30, maar 1:28:59 klonk zoveel lekkerder.

Waar ik vooral teleurgesteld over ben, is dat ik uit ben gegaan van mijn Garmin-tijden en niet van het parcours. Een 21,22 km (Garmin) i.p.v. 21,98 km (parcours) is gewoon 33 sec. verschil. Een beginnersfout!

Daarnaast heb ik het gevoel dat het sneller had gekund. Het ging op het laatst te makkelijk en ik ging niet helemaal leeg over de finish. Te weinig gegeven dus. Terugkijkend had ik vanaf 17 kilometer al veel meer moeten versnellen.

Nou ja, next time.

 

Het Plan

Het plan bij deze Midwinter was om deze als trainingsloop te doen voor de Rotterdam Marathon. De 27,5 km (Asselronde) wilde ik daarom in 4:37 min/km doen, het tempo dat ik nodig heb om in Rotterdam mijn doel te halen. De omstandigheden waren perfect; misschien iets te koud, maar dat heb ik liever dan iets te warm.

De uitvoering

De eerste kilometer gaat iets te snel, de tweede iets te langzaam; het is nog even zoeken naar het tempo. Tempovastheid is bij de Midwinter sowieso lastig door het vele klimmen en dalen. Ik reken daarom maar steeds met gemiddelden, per  km een ijkmoment.

Bij 10 km lig ik goed op schema. We lopen nu wat meer het open terrein in. Precies nu steekt de wind meer op. De wind is koud en tegen. Ik wordt ingehaald door een groepje van een man of 8. Ik besluit in dit groepje te schuilen tegen de wind. Ze lopen iets te snel, maar liever 4:32 min/km in een groepje dan 4:37 min/km alleen met koude tegenwind. 

Bij de drankpost op 15 km valt de hele groep uit elkaar.ik volg 2 lopers. Kilometer 16 gaat te langzaam (maar daarin zat de drankpost, toch?). Kilometers 17 en 18 gaan ook echt te langzaam maar het gaat nu flink omhoog. Ik bedenk me hier dat het doel voor Rotterdam nog ver is. Ik loop inmiddels 40 seconde achter op schema.

En dan gaat het naar beneden: 4:35, 4:36, 4:28, 4:27, de ene na de ander loper pak ik op. Ik prik mijn ogen in een rug, loop er naartoe, ga erover en kies een nieuw rug. Het lopen gaat opeens wel heel makkelijk (en naar beneden).

Het resultaat

Zo gaat het door tot aan de finish. Uiteindelijk finish ik in 2:06:35 uur, waar 2:07:00 uur het doel was. Ik heb mezelf niet kapot gelopen, lang niet alles gegeven. Maar weet wel dat ik naar Rotterdam toe nog wat werk te verrichten heb.

  

Vooraf

Op 7 oktober plaatste ik hier mijn laatste wedstrijdverslag. Reden? Simpel, het was mijn laatste wedstrijd. Wat er sindsdien is gebeurd kan ik samenvatten in één woord: kwakkelen. Na de Kustmarathon heb ik eerst drie weken rust genomen en nieuwe loopschoenen aangeschaft. Die nieuwe loopschoenen zorgde voor een Shin Splints blessure. Daarvan grotendeels bekomen was het flink verkouden – griepje – flink verkouden. De geplande Kerstloop in Dronten werd zelfs een Did Not Start. Bijna werd ik er wanhopig van.

Wat ook niet helpt is de verplichte overgang van punt.nl naar een nieuwe server. De lay-out van mijn site ziet er niet meer uit, en direct online een blog schrijven kan niet meer.

En dan opeens het laatste weekend van 2012 twee fantastische trainingen. Zo lekker, zo makkelijk. Op impuls schreef ik me daarom in voor de Florijnloop. 

Doel?

Ik heb nog nooit een 10 EM als wedstrijd gelopen, dus PR was bijna gegarandeerd. Als tempo koos ik 4:15 t/m 4:18 min/km, waarmee ik op 1:10:00 uur zou uitkomen. Dat zou gelijk staan aan 1:30 uur op de ½ marathon. Ik zou onderweg wel zien of dit nu echt haalbaar was. 

De wedstrijd

In het startvak stond ik op een matige positie. Stond bij wat Hellas-clubgenoten die sneller zijn dan ik maar zag voor me mensen die zo vooraan in het startvak echt niets te zoeken hebben. Afijn, het startschot klonk en het zigzaggend inhalen begon. Gelukkig is dat in een kleine wedstrijd na 500 meter wel gedaan.

Na twee km  kwam ik erachter dat het tempo te hoog ging. Ik liep nu 4:05 min/km, dat ging ik niet volhouden. Ik vertraagde en kwam achter een klein groepje die op een mooi tempo liepen. Ik bleef erachter.

Bij 4 km brak het groepje echter totaal. De wedstrijd was maar 16,2 km, ik voelde me goed en omstandigheden (12°C, weinig wind) waren perfect dus ik besloot voor mezelf te gaan. Dit voor mezelf gaan betekende dat ik aan kop liep met twee volgers.

De 9e en 10e km gingen te snel in 4:09 min/km. Het voelde echter zo lekker aan dat ik besloot dit tempo aan te houden.

Tussen 12 en 14 kilometer werd het zwaar. Zoveel mogelijk tempo vasthouden werd het devies. Dit lukte; de ene na de andere loper inhalen inspireert voldoende.

De laatste kilometers gingen makkelijk. Ik wist dat ik een goede tijd ging lopen dat motiveert voldoende. Ik spaarde voor mijn eindsprint en begon die op 300 meter voor de finish.

Nog redelijk fris kwam ik over de finish. Wellicht volgende keer iets eerder knallen!

Eindtijd

Officiële uitslag: 1:07:57 uur (netto) – 1:08:10 (bruto). En daar ben ik erg blij mee.

 

Twee mooie video's over loop techniek. De eerste video laat heel mooi de overgang van haklanding naar voorvoetlanding zien.

Video twee behandeld de hele loophouding.

 
 
Ik had nog een rekening af te lossen met het Zeeuwse strand en de duinen. Of liever gezegd twee schulden.
Twee keer liep ik deze marathon. In 2010 had ik het tweede gedeelte zwaar onderschat, wat resulteerde in een slechte 4:22 uur eindtijd. In 2011 liep ik me met 26°C op het strand helemaal kapot, wat resulteerde in een dramatische 4:45 uur eindtijd.
 
Nu reed ik met John en Ruud bij nacht en ontij richting het Zeeuwse. Ik had geen toptijd in gedachten, gewoon binnen de vier uur maar vooral lekker lopen.
 
Delta Mosselen á gogo
Vooraf kregen we van Jacqueline het gesponsoorde shirt waarmee geld werd ingezameld voor Stichting Jayden. Een stichting die geld inzameld voor onderzoek naar neuroblastoom kinderkanker. Voor zo'n doel wil ik best 42 km met Delta Mossel op mijn borst lopen.
 
Mooie billen volgen
In het startvak sta ik samen met John, Ruud, Richard, Gerard en Pascal. Al vrij snel komen we achter twee zussen te lopen met beide een welgevormde achterpartij. Gehypnotiseerd blijft Gerard erachter plakken met op beide partijen één oog gericht. Aangezien Gerard Pascal haast (lees: afremt), moet ook Pascal tot zijn grote spijt achter deze dames blijven lopen. De rest offert zich ook maar op.
 
Eerste strandopgang
Ergens bij de eerste strandopgang raken John en ik gescheiden van de rest. Samen lopen we door. Het tempo is lekker, al weet ik niet wat het tempo is. Ik kijk niet/nauwelijks op de Garmin, ik loop heel behouden op gevoel.
 
Deltawerken
Zo sukkelen we lekker door met zijn tweeën. Tot mijn blaas langzaam begint vol te lopen. Vlak voor de Neeltje Jans zie ik een Dixie. Ik duik erin, heb een tijdje moeite met de knop, kan even niet plassen, moet heel lang plassen. Kortom het duurt even.
 
Iets sneller lopend als daarvoor begin ik met een inhaalslag. Maar na ruim 10 minueten nog steeds geen John. Wel kom ik het groepje Gerard, Pascal, Richard en Ruud tegen. gerard nog steeds achter de twee bilpartijen lopend, de rest daarachter.
Ik besluit bij hun te blijven. gerard corrigeert een ieder die sneller gaat dan 5:30 min/km. waardor ik ook lekker ingehouden blijf lopen.
 
Het strand
Na 19 km gaan we voor de tweede keer het strand op. De strandopgang door het mulle zand is zwaar, al valt het me deze keer mee. Daarna is het zeven kilometer doorlopen. Met de wind in de rug en een relatief vlak strand is het dit jaar een makkie. Tuurlijk, zand kleeft en kost meer energie dan asfalt mar ik loop nu met een hartslag van 148 bpm in vergelijking tot 172 bpm vorig jaar.
 
Ergens bij de strandopgang verliezen we Richard, iets later pikken we john echter weer op. Ruud was voor het starnd al bij ons weg gelopen.
 
 
De duinen
Na 27 km gaan we het strand af. Ik weet nu gaat het beginnen, hier ben ik voorgaande jaren kapot gegaan. De eerste twee kilometer zijn nog relatief vlak - herstelmomen - daarna komt het erop aan.
 
Het pad is smal en het is druk. Ik moet zigzaggen tussen de mensen door. Al snel zie ik Gerard en Pascal helemaal niet meer, John loopt 20 meter achter me.
De eerste klimmetje komt, voor mij begint de wedstrijd nu. Ik versnel naar boven toe, kijk om en zie dat de afstand met John 30 meter is geworden. Ik zie Ruud voor me, loop op hem in. Kijk om: afstand wordt groter, kijk naar voren: afstand wordt kleiner. Kijk steeds om en om, haal Ruud in en ga.
 
 
Ik tegen de duinen
Het zwaarste stuk van de marathon komt nu. En het is persoonlijk; het is ik tegen de duinen. Hier ging deze hele wedstrijd om.
 
Al vrij snel proef ik de zoete smaak van overwinning, hier kan niets meer mis gaan. Steeds sneller ga ik, ik vlieg andere lopers vorrbij. Iedere heuvel pak ik hardlopend, en niet wandelend zoals voorheen.
Toeschouwers moedigen me aan omdat ik zoveel sneller ga dan rest. Ik voel me sterk, ik geniet en tank ontzettend veel vertrouwen voor alle komende marathons.
 
De finish
Het laatste stukje strand, hier kramp-wandelde ik verleden jaar. Nu vlieg ik voorbij andere lopers. Nog even de zware strandopgang naar de dijk. Maar kijk me lachen, en het trapje pakte ik rennend.
 
Na 41 km lachend door het mulle strand
 
Met 3:53:12 uur (netto) kwam ik ruim binnen de vier uur binnen, maar belangrijker ik heb genoten van deze marathon. Het was gezellig onderweg, heb gelachen onderweg en heb vertrouwen kunnen tanken. Helemaal blij.
 
Lees meer...
 
Marathonvoorbereiding
Een 10 km. een week voor de marathon. Volgens sommigen not done, volgens anderen ideaal (leeglopen).
En ik, ach ik loop deze wedstrijd in me stadsie gewoon graag. Bovendien leken de omstandigheden ideaal voor een goede tijd.
 
In het startvak
Samen met John liep ik warm om vervolgens het startvak in te gaan. Vlak voor de start schudde ik Falco de hand en we bespraken de plannen. Falco niet helemaal fit, wilde starten met een eerste kilometer op vier minuten, om daarna maar te zien.
 
Ik wilde weer een poging sub 40 wagen. Zonder het te zeggen besloot ik Falco de eerste kilometer te volgen.
 
Ik had een haas!
Falco had door dat ik hem volgde. Na de eerste kilometer begon hij te wijzen waar ik moest lopen. Na 1500 meter zei hij: "probeer bij te blijven." Langzaam begon ik te beseffen, dat ik voor het eerst in mijn loopcarrierre een haas had.
 
Kilometertijden werden keurig doorgegeven plus mijn voorsprong op mijn schema. Bij vier kilometer werd zelfs een beker water voor me gehaald.
 
  
Achter de haas.             Kapot na 7 km.
 
Over de helft
Aan de benen lag het vandaag niet, die wilde heel graag. Maar het was te warm voor, ik zat continu tegen hijgen aan. De vijf kilometer passerden we in 19:45 (netto), een vet PR. Maar al twee kilometer zat mijn hartslag op 183 bpm, daar waar 185 bpm mijn max is. En ik raakte in ademnood.
 
Ik gaf Falco aan dat ik iets langzamer moest. Dit gebeurde. Langzaam kwam ik weer wat op adem maar de vooesprong verdween als sneeuw voor de zon. na zes kilometer was de voorsprong verdwenen, na zeven kilometer liep ik 15 seconde achter.
 
Het laatste stuk
In de laatste drie kilometer moest ik dus 15 seconde goed maken. Lang verhaal kort: dat luktte niet. Ik kon het tempo net vasthouden, maar versnellen zat er absoluut niet in.
 
In 40:25 min. (netto) kwam ik over de finish. Tevreden want toch ruim een minuut van mijn PR af.
 
Onderstaande foto zegt alles: ik heb alles gegeven, maar zonder Falco had ik deze tijd niet gehaald.
 
Lees meer...

Dossier koolhydraten dl 4: Hoeveel, wanneer en hoe?

Miriam van Reijen - 27 februari 2012

In de vorige drie delen in het dossier over koolhydraten kon je lezen wat koolhydraten nu precies zijn en waarom ze zorgen voor een betere prestatie. Vandaag: hoeveel koolhydraten heb je nodig voor de beste prestatie?


Meer jam, stroop en pasta

Wanneer je elke dag traint heeft je lichaam veel koolhydraten nodig om je spierglycogeen op peil te houden. Voor actieve volwassenen betekent dit dat liefst 60-70% van je voeding uit koolhydraten bestaat, of 7-10 gram per kilogram lichaamsgewicht per dag. De overige 40-30% kunnen het beste voor de helft uit eiwitten en de helft uit vetten bestaan. Met een gewicht van 75 kilogram betekent dat al snel 525 gram koolhydraten, ongeveer 8 borden pasta of 40 boterhammen…

Hamsteren na een training

Het beste moment om met het aanvullen van glycogeen te beginnen in direct na de inspanning. Het streven is om minstens 1 g koolhydraten per kg binnen te krijgen en daarna elke 2 uur minstens 50 g koolhydraten. De opslag verloopt minder efficiënt als je alle koolhydraten bij één of twee grotere maaltijden inneemt. Vooral als je dezelfde dag nog een keer gaat trainen is het snel aanvullen van je voorraden belangrijk.

Genoeg is genoeg

Eerder al schreef Prorun dat het niet altijd nut heeft extra koolhydraten in te nemen voor inspanning. Nieuw onderzoek heeft aangetoond dat wanneer er, drie uur voor inspanning, een koolhydraatrijke maaltijd is gegeten, het innemen van extra koolhydraten net voor of tijdens de inspanning geen extra prestatievoordeel oplevert.

Een extra flesje sportdrank voor een 5 of 10 km wedstrijd (mits korter dan 1 uur) lijkt na een koolhydraatrijke maaltijd dus weinig effect te hebben. Maar kan het ook kwaad?

Er zijn aanwijzingen dat te veel koolhydraten de kans op sommige maag- en darmklachten kan verhogen. Als de dunne darm verzadigd is kan een deel van het onverteerde voedsel in de dikke darm terecht komen met eventueel diarree, gasproductie, darmkrampen en pijn in de zij als resultaat.

Dus hoeveel?

Onderstaand schema maakt duidelijk hoeveel koolhydraten ideaal is voor de soort inspanning. Het innemen van een grote hoeveelheid voeding (vloeibaar of vast) tijdens inspanning kan in het begin maag- en/of darmklachten opleveren. Veel oefenen met de producten die je wilt gebruiken en in de juiste hoeveelheden traint je maag en darmen.

Inspanning

Aanbevolen inname

Soort koolhydraat*

< 30 min

Niet nodig

-

30-75 min

Spoelen met koolhydraten

Meeste vormen

1-2 uur

Tot 30 gram koolhydraten per uur

Meeste vormen

2-3 uur

Tot 60 gram koolhydraten per uur

Snel opneembare koolhydraten als glucose en maltodextrine

>2.5 uur

Tot 90 gram koolhydraten per uur

Meer vormen van koolhydraten gecombineerd

* In het eerste en tweede deel van deze serie kun je meer lezen over de soorten koolhydraten
 
Bron: ProRun
Lees meer...
Hardlopen en loslopende honden
Hardlopers en honden zijn niet altijd een even goede combinatie. Door hard te lopen lokken we onbedoeld het jachtinstinkt van een hond uit, of dagen we hem uit om met ons te spelen. Maar hoe voorkomen we dit ongewenste gedrag van de hond? Dat kan door het gedrag van de hond te vertalen, en door middel van je eigen gedrag met de hond te communiceren. Ik zal hier proberen uit te leggen hoe dat kan.
 
Situatie beoordelen
Bekijk op afstand de situatie. Is de hond onder appél van de baas? Is de baas zelf alert op de hond? Is de hond aan het spelen? Wat zegt de lichaamshouding van de hond (zie onderaan)?
 
Hoe reageert de hond op jou?
  • Kijkt de hond continu naar je (staren), dan kan je verwachten dat hij op je zal reageren.
  • Kijkt hij af en toe terloops even naar je, dan heeft hij je in de gaten en weet nog niet goed wat van je te verwachten. Maar waarschijnlijk zal de hond niet op je reageren.
  • Kijkt de hond helemaal niet naar je (of 1x even snel), dan is de hond niet in jou geïnteresseerd.
Andersom communiceer je op dezelfde wijze. Als jij naar de hond staart, zal de hond dat als mogelijk bedreigend ervaren. Probeer dus ook vluchtig de situatie te beoordelen.
 
Vertrouw je de situatie niet helemaal, ga dan wandelen.
 
Jouw lichaamshouding
Loop rechtop, borst vooruit, gedraag je als een zekere hond. Hou een ontspannen looppas. Zwaai niet teveel met je armen.
 
Langs de hond
Geef de hond de ruimte. Loopt de hond aan de linkerkant van een pad, ga dan aan de rechterkant lopen. Recht op een hond aflopen kan hij als aanval zien. Negeer de hond totaal. Kijk van hem weg. Zeg niets, ook niet tegen zijn baasje.
Het kan zijn dat een hond nadat je er voorbij bent, nog even achter je aan komt lopen. De hond probeert dan jouw lucht op te snuiven. Ook dit gewoon negeren, de hond zal niets doen, na een meter of 15 keert hij weer om.
 
Spreken
Wil je toch praten (Het baasje zegt jou gedag), praat dan op een lage rustige rustige toon. Een hoge toon en snel praten betekent voor de hond dat je opgewonden of bang bent. Hier kan de hond weer op reageren.
 
Hondenhumor
Honden hebben echt humor. Een ontspannen hond kan expres voor je voeten gaan lopen of ineens 1 keer hard blaffen om je te laten schrikken. Deze honden zullen je niets doen. Dus reageer er ontspannen en met humor op.
 
 
Hondentaal
 
Onderdanige hond
 
Een hond die onderdanig is, houdt zijn lichaam laag, staart laag en oren in de nek. Een angstige hond zal de staart helemaal tussen de benen doen.
Een onderdanige hond zal je niets doen. Angstige honden waarschijnlijk ook niet, maar pas toch maar op. Angst kan omslaan naar angstagressie.
 
Alerte hond
 
 
Een alerte hond heeft zijn lichaam recht, oren omhoog en kijkt naar dat wat zijn interesse heeft. Een alerte hond is klaar om te reageren. Dit kan zowel positief als negatief zijn.
Kijkt deze hond naar jou? Ga dan wandelen en kijk of de houding veranderd. Kijkt deze hond naar iets anders? Dan heeft hij geen interesse in jou.
 
Ontspannen hond
 
Een ontspannen hond heeft een wat lagere houding, bek vaak iets geopend, oren schuin naar buiten.
Loop maar rustig door, niets aan de hand. Staat de bek wat verder open, beweegt de hond wat ongecontroleerd? Dan is het waarschijnlijk een hond in een speelse bui. Deze zal niets doen, maar kan wel tegen je opspringen.
 
Zelfverzekerde agressie
 
Het lichaam staat hoog, oren omhoog en staart omhoog. De hond laat zijn tanden zien, zijn neus is gerimpeld.
Deze hond zal bijten als je door loopt. Rustig omkeren en wegwandelen of met grote boog omheen wandelen.
 
Angstagressie
 
De houding heel laag, oren in de nek, staart laag, gerimpelde neus en de hond laat zijn tanden zien.
Deze hond zal bijten als je door loopt. Rustig omkeren en wegwandelen of met grote boog omheen wandelen.
 
Bron afbeeldingen: Passie voor dieren
 
Lees meer...